Verhalen vertellen 06

1. Verhalen vertellen

Soms lees je een verhaal en kun je je er niet van losmaken. Je móet gewoon verder lezen! Je raakt ontroerd, geïrriteerd, benieuwd of nieuwsgierig. Je hoopt dat het goed komt met de hoofdpersoon of maakt je zorgen als dat niet zo lijkt te zijn. Als een verhaal dát veroorzaakt, is het een goed verhaal. Een verhaal dat je meeneemt en je je omgeving even laat vergeten. Maar hoe doe je dat, zo’n verhaal vertellen? Dat verschilt per persoon. Sommige schrijvers schrijven hun verhaal meteen op en anderen denken er van tevoren goed over na. Een goede voorbereiding is belangrijk, maar wat vooral van belang is is je eigen (beheerste) emotie bij het verhaal dat je schrijft: de lading die jij het verhaal geeft, de spanning of de inspiratie. Want een goed verhaal blijft hangen. En daar is het jou als schrijver om te doen.

Framing

Verhalen vertellen heeft te maken met communicatie. Je wilt een bepaalde indruk bij de lezer achterlaten. In elk verhaal wordt de werkelijkheid daarom op een bepaalde manier geordend. Sommige informatie benadruk je en andere informatie laat je juist weg. Dit heet framen en dit doet iedereen, de hele dag. (Zie ook het hoofdstuk ‘Wat is framing?‘) Als je een verhaal schrijft is het daarom goed om te bedenken of je ook die indruk van de werkelijkheid achterlaat die je wil achterlaten.

Klik hier voor een voorbeeld van een verhaal met twee verschillende frames.

Als een verhaal keer op keer vanuit hetzelfde perspectief geframed wordt, dus bijvoorbeeld steeds vanuit dat van meneer Akpongo zoals in het voorgaande voorbeeld, dan ga je als lezer denken dat er alleen maar jongeren zijn die overlast veroorzaken in zijn dorp. Zo ontstaan vooroordelen, door de herhaling van dezelfde frames.

adichie1_sq-b8d9032aa9b9ac06e8e78ff043273b5689647805-s6-c30

Chimamanda Adichie

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie vertelt bijvoorbeeld dat zij een eenzijdig beeld had van armoede in Nigeria. Ze had medelijden met de jongen (Febe) die in hun huis werkte en arm was. Ze vond hem betreurenswaardig. En niet alleen hem, maar alle mensen die arm zijn. Totdat ze bij Febe thuis kwam. Hij maakte prachtige manden en leefde in een warm gezin. “Febe heeft weinig geld, maar er is veel meer over hem te zeggen”, concludeerde Adichie op dat moment. Wij zouden overigens zelf misschien ook denken dat Adichie in armoede opgroeide, simpelweg omdat ze uit Afrika komt en we bij Afrika meteen aan armoede denken. Dit komt doordat de werkelijkheid van Afrika vaak door journalisten en ontwikkelingshulporganisaties wordt verteld vanuit het armoedeperspectief. Maar Adichie groeide op in een middenklasse familie, met ouders die een hoge opleiding hebben genoten. Degene bij wie ze thuis kwam was hun hulp in huis. Een eenzijdig beeld ontstaat snel en vaak is dat helemaal niet terecht. Adichie gaat hier in haar TedTalk ‘the danger of a single story’, dieper op in.

We weten nu dat we spanning in het verhaal moeten aanbrengen en we weten dat we na moeten denken over framing: vanuit wiens perspectief vertellen we het verhaal en welke indruk laten we daarmee achter? Maar hoe doe je dat nu: zowel spanning aanbrengen als nadenken over framing?

Naar boven

2. Held, droom, context

Een bruikbare en aansprekende manier om een gestructureerd verhaal te maken over het project waar je je voor inzet is het “Held, droom, context” techniek. Deze methode zorgt ervoor dat je een persoonlijk verhaal kunt vertellen (held), waarin je ruimte laat voor het grotere geheel en de nuance (context) en kunt inspireren en verrassen (droom).

Held

Door een verhaal te schrijven met een actieve held kun je mensen betrekken bij je verhaal. Mensen voelen zich meer aangesproken door een persoonlijk verhaal en blijven dan ook gemakkelijker betrokken. Een held is niet alleen menselijk en gewoon, maar hij is ook bijzonder. Hij is inspirerend en lezers kunnen zich met hem of haar identificeren. En: een held met wie je je als schrijver én lezer kunt identificeren, zal niet zo snel op een eenzijdige manier worden weggezet (zoals arm, hulpeloos, of juist het tegenovergestelde zoals Superman). Het is belangrijk om de held als een actief persoon te beschrijven die door zijn of haar inzet iets voor elkaar krijgt. Daardoor laat je zien dat ontwikkelingssamenwerking echt een kwestie is van samenwerking waarbij er van beide kanten actief gewerkt wordt om bepaalde ontwikkelingen tot stand te brengen.

Droom

De droom van de held is zijn persoonlijke vertaling van de verandering, resultaten en impact waar het project op gericht is en waar de held een bijdrage aan levert. De ideale situatie dus, in de ogen van de held.

Context

De context staat vaak in contrast met de droom, want deze externe omstandigheden, de plek of het land zorgen ervoor dat de droom niet een vanzelfsprekendheid is. Dit contrast is waarschijnlijk de reden dat het project opgezet is! Het is een belangrijk onderdeel in dit verhaal. Hier kun je je achterban duidelijk maken hoe complex armoedebestrijding is. Belangrijk hierbij is om je als schrijver steeds de vraag te stellen: waarom? Waarom is er overlast van jongeren? Omdat ze zich niet goed kunnen ontwikkelen in het dorp. Hoe komt dat? Niet alle ouders kunnen het schoolgeld betalen en de scholen bieden weinig aansluiting op beroepsopleidingen.

Hier vind je de handout over de ‘Held, Droom, Context’ methode die gebruikt wordt in de training MyStory.

Naar boven

3. Wie vertelt het verhaal?

De hoofdpersoon (de held) in je verhaal kan het verhaal natuurlijk zelf vertellen. Dat maakt het verhaal sterk. Daarnaast is het een uitgelezen kans om je partner of de doelgroep aan het woord te laten. Zo leert je achterban de hoofdpersonen van het project persoonlijk kennen. Het is mooi om iets meer te vertellen over zijn of haar achtergrond. Hoe is hij of zij opgegroeid, welke lessen heeft hij geleerd en vooral: hoe is zijn droom ontstaan?

Soms is het moeilijk om de hoofdpersonen zelf aan het woord te laten en vertel jij een gedeelte van hun verhaal. Dan is het handig om quotes te gebruiken van je hoofdpersoon.

Emmanuel - close up

Lees het voorbeeldverhaal over Emmanuel uit Burkina Faso!

Show, not tell

Als je over een ander schrijft kun je het beste zo feitelijk mogelijk beschrijven wat je ziet, hoort, of wat je verteld is, in plaats van dat je je eigen interpretatie gebruikt. Op die manier doe je een ander het meeste recht. Show, not tell, wordt dat ook wel genoemd in schrijversjargon. Een voorbeeld: ‘Zij zag er traditioneel Marokkaans uit’, is een interpretatie/oordeel, in dit geval over iemands kleding. Je kunt ook schrijven: ‘Ze had een lange nachtblauwe djellaba aan, die tot aan haar enkels reikte. Haar blote voeten waren kunstig versierd met hennapatronen en in twee leren sandalen gestoken. Als ze bewoog, rinkelden de zilveren armbanden om haar pols. Haar donkerbruine ogen waren met kohl omrand en ze had een tatoeage tussen haar wenkbrauwen. Haar haren droeg ze in een losse crèmekleurige hoofddoek.’

Niet alleen laat je zo de interpretatie van de kleding aan de lezer over, maar ook gaat een persoon veel meer leven. Bij de eerste beschrijving weet je niet precies wat je je moet voorstellen, bij de tweede beschrijving zie je de dame in kwestie al voor je. Goed schrijven is dan ook: open en onbevangen observeren. Al je ideeën en oordelen even opzij schuiven en terug naar feitelijkheden en zintuiglijke waarnemingen: wat zie je, hoor je, ruik je, voel je? Op deze manier heb je de meeste kans dat iemand zich herkent in wat je over hem of haar geschreven hebt.

Als je op deze manier schrijft, zal je stereotypen kunnen vermijden. Laat het verhaal ook lezen aan de hoofdpersoon of je partnerorganisatie voordat je het verhaal plaatst, zodat zij kunnen aangeven of ze zichzelf herkennen in het verhaal. Vraag of ze met naam en toenaam genoemd mogen/willen worden. Zo niet, dan kun je een gefingeerde naam gebruiken.

Naar boven

4. Resultaten verwerken in je verhaal: aansluiting bij de Millenniumdoelen

Millenniumdoelen

In het verhaal dat je vertelt kun je ook de resultaten van het project dat je steunt betrekken. Vanuit het individuele verhaal van de held kun je uitbreiden naar anderen in het project. Bovendien kun je een verbinding maken met de Millenniumdoelen.

De Millenniumdoelen zijn internationale afspraken om armoede te bestrijden. Omdat er acht doelen zijn, draagt bijna elk project er op een bepaalde manier aan bij. De doelen zijn in het jaar 2000 opgesteld en lopen in 2015 af. In september 2015 zullen nieuwe internationale afspraken gemaakt worden.

Door jouw inspanningen te koppelen aan het grotere geheel van de Millenniumdoelen, vaar je mee op de golf van publiciteit die deze Millenniumdoelen in 2015 zullen veroorzaken! Dat is natuurlijk altijd een mooie manier om meer aandacht voor een project te verwerven. Het probleem dat je wil aanpakken is namelijk niet uniek. Armoede en ongelijkheid komen wereldwijd voor. Door de Millenniumdoelen te onderschrijven, laat je zien dat het belangrijk voor je is dat armoede overal tot een einde komt.

Naar boven

5. Schrijftips

En als je dan gaat schrijven, waar kun je dan op letten?

  • Maak je verhaal niet te lang. Ongeveer 300 woorden is een mooi streven, je tekst wordt er puntiger van.
  • Vraag je af waarom je schrijft en wat je met je verhaal wil overbrengen.
  • Begin bijvoorbeeld met een (persoonlijke) gebeurtenis of anekdote, of een emotie, van waaruit je verder kunt naar het verhaal dat je wil vertellen. Je kunt ook met een sfeerbeschrijving beginnen, bijvoorbeeld van een plaats. Je kunt ook beginnen met een pakkende quote en van daaruit verder schrijven.
  • Schrijf zoveel mogelijk in de actieve vorm. Dit mag de tegenwoordige en verleden tijd zijn, als het maar geen passief taalgebruik is.
  • Onthoud dat schrijven emotie betreft: als je een emotie weet op te wekken bij de lezer, leest hij door. Die emotie kan irritatie zijn, maar ook verwondering, ontroering of afkeer.
  • Een emotie oproepen lukt overigens goed als je zelf ook vanuit een emotie schrijft. Als je dus iets wil schrijven over iets wat je niks doet, is dat lastiger.
  • Een goed einde is belangrijk. Dat kan een conclusie zijn of een mooi beeld waarmee je de lezer wil achterlaten.
  • De lezer weet vaak niets of weinig van het onderwerp waar je over schrijft, wees je daar bewust van. Soms moet je zaken dus toelichten.
  • Denk aan de spanningsboog van de lezer: je verhaal kan het beste klein beginnen, daarna pak je uit, je maakt duidelijk waar je met je verhaal heen wil en rondt weer af. Dat kan ook op een dramatische manier, maar het einde van het verhaal moet wel voelbaar zijn.

Naar boven

6. Tekstvorm en Opmaak

Speciaal voor de training ‘MyStory’ en voor deze toolkit is er een werkblad ontwikkeld over verschillende tekstvormen en opmaak. Waar plaats je welke soort informatie?

Lees het hier: Verhalen vertellen: Tekstvorm & Opmaak (PDF) 

Naar boven

7. Om verder te lezen

Ben je geïnteresseerd in storytelling en wil je hier meer over lezen? Hieronder vind je links naar websites om resultaten te laten zien, een prachtig magazine met voorbeeldverhalen, een methode om verhalen te presenteren en meer informatie over de Millenniumdoelen.

Verhalenwedstrijd Resultaten

Wil je je resultaten publiceren? Partin heeft een website opgezet voor Kleine Goede Doelen om resultaten te communiceren aan een breed publiek. Stuur jouw verhaal in en communiceer dit aan je achterban. Tot 29 november 2014 kun je via deze website ook stemmen op inzendingen van de Verhalenwedstrijd voor kleine goede doelen.

Opmeer Reports

Pauline en Wim Opmeer geven een digitaal magazine uit boordevol mooie inspirerende verhalen over projecten en mensen die zij tijdens hun reizen bezoeken.

Pecha Kucha

Een aansprekende manier om een verhaal te vertellen is door 20 dia’s te presenteren, waarbij je voor elke dia 20 seconden hebt.

Millenniumdoelen

NCDO heeft op haar website een dossier over de Millenniumdoelen. Hier vind je alles over de huidige Millenniumdoelen en de post-Millenniumdoelen. Over de huidige stand van zaken kun je hier meer informatie vinden.

Naar boven