Dezelfde werkelijkheid vanuit een ander perspectief

‘Meneer Akpongo liep op straat richting huis. ‘Wat zijn die bijeenkomsten soms enorm vroeg,’ dacht hij. Hij kwam terug van de bijeenkomst van een buurtcomité. Daar werden allerlei problemen in de buurt in alle vroegte besproken door een groepje buurtbewoners, in de hoop er oplossingen voor te vinden. ‘s Ochtends vroeg vergaderen als je hoofd nog fris was, vonden twee nogal dominante heren in het comité een goed idee. Niemand durfde de heren tegen te spreken. Het was een belangrijke vergadering geweest, dacht meneer Akpongo. In de buurt werd veel overlast van jongeren ervaren. Ze hingen rond en gaven mensen een onveilig gevoel. Sommigen trokken naar de stad, om daar hun geluk te beproeven. Maar enkelen van hen kwam gedesillusioneerd terug en vonden ook hun draai in het dorp niet meer. Het leidde tot gehang, geklit, jonge meisjes lastigvallen etc. Dat geklit was één ding, erger was dat mevrouw Chimwemwe laatst beroofd was door zo’n rotjongen. Hij rukte haar tas van haar af en ging er heel snel op zijn fiets vandoor. Sindsdien durfde mevrouw Chimwemwe de tocht naar de put net buiten het dorp niet meer te maken. Ze liet haar kleindochter gaan. Mevrouw Chimwemwe was somber geworden. Ze kwam nauwelijks meer buiten. Waarom moet je mensen op die leeftijd nog zo’n schrik bezorgen, dacht meneer Akpongo verontwaardigd. Het was toch van de zotte! Een jongen op een fiets zoefde langs hem. Kijk, daar kwam er weer zo’n minkukel op zijn fiets voorbij, bromde Akpongo inwendig. Hij begon zich steeds meer op te winden. Waarom die haast? Jongeren leken tegenwoordig geen fatsoen meer te kennen. Een wonder dat er nog geen ernstige ongelukken gebeurd waren.  Als hij zo’n jongen nou eens goed de waarheid zou kunnen zeggen! Ineens hoorde meneer Akpongo een hoge gil. En vervolgens een bons. Hij draaide zich met een ruk om naar de richting waar het geluid vandaan kwam.’

of

‘Desmond dreigde te laat op school te komen. Waarom had hij toch ook per se voor zijn vertrek zijn zieke vader nog een glaasje water willen brengen, dacht hij. Pap kon dat, ondanks dat hij ziek was, prima zelf en bovendien: hij had er niet eens om gevraagd. Mam was het jaar ervoor overleden en nu woonden zijn vader en hij samen. Desmonds oudere broers woonden in de stad. Omdat zijn vader ziek was, moest Desmond na school aan het werk. Hij deed eerst ‘s middags het huishouden, kookte dan en ‘s avonds deed hij de administratie van enkele buurtbewoners. Met het geld dat hij daarmee verdiende, redden hij en zijn vader het net. Hij was al laat en moest de administratie van de familie Ohere nog bij ze langs brengen. Hij racete op zijn fiets langs het adres en schoof het schrift onder de deur door. Vervolgens sprong hij weer op de fiets richting school. Op de stoep liep een oude meneer. Keek die hem nu boos aan of verbeeldde Desmond zich dat maar? Er schoot een kat de weg over. Met een zwik van het stuur wist hij die net te ontwijken. Gelukkig! Hij keek achterom en zag de kat achter een boom verdwijnen. Wat een rank beestje, dacht hij. Boem! Desmond hoorde een hoge gil. Het volgende moment lag hij op de grond met zijn fiets op zich. De wielen draaiden nog in het luchtledige. Zonder enige functie, alsof ze net als hij nog steeds op school wilden komen. Hij voelde het stuur in zijn zij prikken.  Hij wist dat hij ergens tegenaan was gebotst en keek opzij. Naast hem lag een oude mevrouw, met zilvergrijs haar. Ze lag op haar rug, haar bril lag naast haar hoofd. De vrouw bewoog niet.. Ze zou toch niet dood zijn? De schrik sloeg Desmond om het hart.’

Welke indruk had je na de eerste lezing van deze gebeurtenis en welke heb je na de tweede? En wat als je eerst het verhaal van Desmond zou lezen en dan pas van meneer Akpongo? Als je op meneer Akpongo mag afgaan is Desmond weer zo’n jongen die overlast veroorzaakt. Daar kent hij al voorbeelden genoeg van, en Desmond past met zijn gedrag precies in het plaatje. Maar het verhaal van Desmond geeft een heel ander beeld van de werkelijkheid.

Ga terug naar Verhalen Vertellen.